Stel je voor dat je zelf je BTW-tarief mag kiezen na de maaltijd.

augustus 3, 2009

Opgemerkt initiatief vandaag. In Evere opende een restaurant de deuren waar je zelf mag kiezen hoeveel je betaalt voor de maaltijd.

En de introductie van het verslag op ‘één Laat’ begon zo : “Stel je voor, je gaat op restaurant en je mag na de maaltijd zelf kiezen hoeveel je betaalt voor het etentje…”

Laten we daar nu eens het volgende van maken : “Stel je voor, je gaat op restaurant en je mag na de maaltijd zelf kiezen hoeveel BTW je wil betalen om daarmee je waardering over onze regering uit te drukken.” Dan heeft iedereen die vindt dat 21 procent BTW op de horeca een goede zaak is de vrijheid om zijn duit in het overheidszakje te doen…

‘t Zal nie pakken zeker?


Schaf gewoon artikel 18,§1,11° Wetboek BTW af. (2)

augustus 3, 2009

Nogal wat consumenten, en politici, eisen dat een verlaging van het BTW-tarief voor de horecasector – eigenlijk de recasector, want hotels staan al op 6 procent wat betreft het verhuren van een hotelkamer, al dan niet met ontbijt - gepaard moet gaan met een volledige of gedeeltelijke directe korting voor de consument. Dit is al even wenselijk als uitvoerbaar, niet dus.

Het is niet wenselijk omdat het voor de horecabedrijven een maat voor niets is mocht de BTW-verlaging direct volledig ten goede komen van de consument. De ober zou u dan een rekening brengen die 12,4 procent lager zou liggen dan nu het geval is. Ipv een rekening van 100 euro krijgt u dan een rekening van 87,60 euro. Dat zou inhouden dat er geen enkele margeverhoging zou zijn voor de uitbaters. Hij blijft immers steken op 82,64 euro exclusief waarmee hij het moet stellen. Van ademruimte is er dus in dit geval geen sprake.

Er zou aan de klant een verplichte korting kunnen worden toegestaan ten belope van bv. 5, 6 of 7 procent, zodat één deel van de BTW-verlaging ten goede zou komen aan de consument en het andere deel aan de zaak. De koek in twee zeg maar. De vraag is dan of er voldoende margeverhoging komt om de sector op lange termijn leefbaar te houden. Maar nog prangender is de vraag of dit wel uitvoerbaar is. Iedere horecazaak zou dan verplicht worden om zijn prijzen voor een bepaalde tijd vast te leggen. En dat druist in tegen het principe dat de uitbater zijn prijs vrij bepaalt. Er zijn teveel horecazaken in ons land om daarop toe te zien, en de achterpoortjes zijn ontelbaar. Snel-snel een verhoging voor de BTW-verlaging in werking treedt,  minieme wijzigingen aan het gerecht, overdracht van eigenaar,… de creatieveling maakt een verplichte korting onuitvoerbaar. En vanzelfsprekend zullen er dan wakkere burgers opstaan die de zaak aanklagen met een reeks geldverslindendende rechtszaken tot gevolg. Je hebt bovendien een hoop ambtenaren nodig om toe te zien op het correct naleven van de uitvoeringsvoorwaarden.

Als je dat BTW-tarief gewoon laat zakken daarentegen, leg je de verantwoordelijkheid ook volledig in handen van de sector. Her en der zullen zaken zijn die doelbewust nieuwe en andere klanten zullen lokken met slogans als “Hier krijgt de klant de BTW-korting”, of “Lagere BTW? Hier geniet ú mee!” Andere uitbaters zullen dan weer hun klanten diets maken dat de BTW-verlaging ervoor zorgde dat ze konden  overleven. Nog anderen zullen hun personeel een substantiële loonsverhoging kunnen toekennen, of zich meer personeel kunnen veroorloven om de klant sneller en professioneler te bedienen.

Met een onvoorwaardelijke daling van het BTW-tarief kan de overheid ervoor zorgen dat zowel horecaondernemer als consument er beter van worden, waardoor deze overheid zelf er ook beter van wordt. Geen voorwaarden die moeten gecontroleerd worden, geen extra werkdruk voor het gerechterlijk apparaat. Maar wel meer investeringen en hogere tewerkstelling in één van die sectoren die voor ons land onmisbaar zijn.


Schaf gewoon artikel 18,§1,11° Wetboek BTW af.

augustus 2, 2009

Artikel 18,§1,11° van het Wetboek van de Belasting over de Toegevoegde Waarde luidt als volgt :

§ 1. Als een dienst wordt beschouwd elke handeling die geen levering van een goed is in de zin van dit Wetboek.

 

Als een dienst wordt onder meer beschouwd de uitvoering van een contract dat tot voorwerp heeft :

(…)

11° het verschaffen van spijs en drank in restaurants en cafés en, meer algemeen, in omstandigheden voor het verbruik ter plaatse;
 

Met ander woorden: deze bepaling is de basis om het verkopen van voedingsmiddelen via de horeca niet als een verkoop van voedingsmiddelen, dan wel als het leveren van een dienst te beschouwen. Het gevolg daarvan is dat voor deze verkopen in ons land een BTW-tarief van 21 procent geldt. En daar moet verandering in komen.

Ik ga een aantal argumenten formuleren die discussies over dit dossier de nodige diepgang kunnen geven.

Het voorwerp van het contract.

Het qualificeren als dienst van de goederen die worden verkocht in het horecacircuit gebeurde op basis van volgende redenering : in de uiteindelijke eindverbruikersprijs zit meer loonkost dan grondstoffenkost, dus is het een dienst. Wat dan te zeggen van de traiteurdiensten? Of van een brood dat je bij de bakker koopt? Het feit dat een product met een hoge toegevoegde waarde wordt verkocht verandert de essentie van het contract niet. Het contract komt immers tot stand op het ogenblik dat je aan de ober een bestelling geeft. De klant bestelt geen ter beschikkingstelling van het personeel en ook niet de terbeschikkingstelling van het interieur. De klant bestelt een biefstuk of een koffie. De klant kan zijn contract met de horecauitbater niet verbreken omdat het personeel onvriendelijk was of het interieur niet netjes, hij kan dat wel indien het bestelde goed niet of niet correct (bv. bedorven of veel te laat) wordt geleverd. Het leveren van een ‘goed’ maakt het essentiële voorwerp uit van het contract, niet het leveren van een ‘dienst’.

Het feit dat er bij verkoop van voedingsmiddelen via de horecasector een hoge toegevoegde waarde tot stand komt doet niet terzake. Snijbloemen hebben ook een zeer hoge toegevoegde waarde in het laatste verkoopsstadium. In de consumentenprijs van een ruiker bloemen zitten meer service en randkosten dan grondstoffen. En toch werd de BTW op de verkoop van snijbloemen midden jaren ’90 zonder enige voorwaarde naar het verlaagde tarief van 6 procent gebracht. Een warme bakker levert ook een zeer hoge toegevoegde waarde op zijn grondstoffen. Een brood bestaat uit bloem, water, gist en een snuifje zout, de rest zijn bewerkingskosten. De horecasector wordt hier gediscrimineerd.

Voeding is voeding.

Het voorwerp van de horecaovereenkomst is dus de levering van een ‘goed’. Ongeacht door wie of op welke wijze dit goed wordt overgedragen van de leverancier aan de consument doet niet terzake, het blijft de levering van een goed. De levering van voeding wordt lager belast in het BTW-stelsel omdat voeding een invulling biedt van een primaire, levensnoodzakelijke behoefte. Als je het in de supermarkt kunt kopen aan 6 procent BTW, dan moet dat in de horeca ook. Een kreeft of kaviaar wordt in de supermarkt verkocht aan 21 procent gezien het “luxueuze” karakter ervan, dus moet dat in de horeca ook aan 21 procent. Hetzelfde voor een fles wijn of een trappist.

Kaviaar en kreeft zou ik persoonlijk zelf ook belasten aan 6 procent omdat het nu éénmaal dezelfde primaire behoefte invult. Bovendien is de tijd dat die zaken onbetaalbaar waren voor de ‘gewone man’ al lang voorbij.

Alcoholische dranken (meer dan 0,5 procent alcoholgehalte) vullen dan wel de primaire behoefte ‘dorst’ in, er valt echter wat te zeggen voor het hoge BTW tarief op alcohol. Alcohol is absoluut niet noodzakelijk om de dorst te lessen en maakt meer kapot dan je lief is bij overmatig gebruik…

Conclusie : Wat in de reguliere distributieketen wordt gekocht aan respectievelijk 6 of 21 procent BTW, moet in de horeca aan hetzelfde tarief.

Volgende keer meer.


Rik Daems kan niet rekenen.

augustus 1, 2009

Rik Daems van open-VLD neemt het op voor de BTW-verlaging in de horeca. Fijn, en niet meer dan logisch als liberaal. Maar wat hij vandaag via Facebook de wereld instuurt als voorstel over hoe die verlaging tot stand moet komen getuigt dat Rik niet kan rekenen.

Rik stelt voor om de BTW-verlaging van 21 naar 6 procent 50/50 te verdelen tussen een korting aan de klant van 7,5 procent en een margeverhoging voor de uitbater van 7,5 procent. Dit moet dan gebeuren door op de restaurantrekening een korting te vermelden van 7,5 procent… Hallo?

Ik kan, met een A2 boekhouden uit een ver verleden, wèl rekenen, en een korting van 7,5 procent op de nota resulteert in het feit dat er voor de uitbater slechts 4,62 procent overschiet. Onderstaand voorbeeld verduidelijkt veel:

Men neme een restaurantnota van 100 euro. Vandaag zit daarin 21 procent BTW, zijnde 17,36 euro en 82,64 euro netto voor de zaak. Een korting van 7,5 procent op de nota, zoals Rik voorstelt, zorgt ervoor dat de klant slechts 92,5 procent moet betalen waarin slechts 6 procent BTW zit vervat. Dit geeft 5,24 euro BTW en 87,26 euro netto voor de zaak. Het verschil tussen 82,64 euro en 87,26 euro is 4,62 euro of 4,62 procent van 100. Straf hé Rik? Een BTW-verlaging van 21 naar 6 procent resulteert in een korting op de omzet van 11,70 procent en niet van 15 procent zoals door zovelen verkeerd wordt gesteld, en nu dus ook door Rik Daems, die nota bene voor de open-VLD vast lid is van de Kamercommissie Financiën en Begroting!?!

Ik heb een beter voorstel Rik, verlaag gewoon die BTW onmiddellijk, en laat de horecaondernemer en zijn klanten zelf kiezen hoe ze deze belastingverlaging inzetten. Je leest er meer over in een vorige post, Laat de horecaondernemer en zijn consument zelf beslissen. Dàt is liberalisme.


Electronische maaltijdcheques? Zeg neen tegen uw werkgever!

juli 21, 2009

De, vol myope idioten zittende, ministerraad heeft vrijdag het invoeren van electronische maaltijdcheques goedgekeurd. Quickie heeft zijn slag thuisgehaald, of liever, de slag van Fedis, de federatie van de distributieketen. Zeg maar de vakbond van de distributiegiganten, de club van de hypermarkten en discounters, de loge van de Quicks (hoe toepasselijk) en de Mc-Does…

Geen goede zaak voor liberalen en zelfs niet voor niet-liberalen die maaltijdcheques ontvangen van hun werkgever. De werkgever zal namelijk kunnen kiezen om de papieren maatijdcheques om te zetten naar een soort plastic betaalkaart die iedere maand zal worden opgeladen met de tegenwaarde van het afgesproken aantal maaltijdtitels. Administratieve vereenvoudiging heet dat, maar dan enkel voor bijzienden. Waarom? Daar hoort een woordje uitleg bij.

Om te beginnen is er de vrijheid van de gebruiker die in het gedrang komt. Indertijd werden de maaltijdcheques ingevoerd om de werknemers van een bedrijf zonder eigen kantine ook te laten genieten van de voordelen van een sociaal voordeel die de werknemers van bedrijven met een eigen restaurant wel konden genieten. Met de cheque kon de werknemer gecompenseerd worden voor het voordeel dat werknemers van bedrijfsresto’s genoten en zijzelf niet. Ondertussen wordt de maaltijdtitel gebruikt om zowat alles wat de naam ‘voeding’ waardig is aan te kopen. Een prei, een spons-met-vlees in de fast-foodtent, een blikje cola met broodje uit de plaatselijke bakkerij, een kleintje-met-stoofvleessaus-en-mayonnaise, een dagschotel bij Lunch-Garden, maar ook de voeding, al dan niet kant-en-klaar, in de supermarkt.

Met een electronische versie van de maaltijdtitel zullen een aantal van je favoriete adressen tot het verleden behoren. Bij Delhaize en concullega’s, in de ketenhamburgerkeet en de broodjesfranchisers zul je nog terecht kunnen met je vriendje in Sodexo- of Accorplastic. Je maaltijdcheques aan moeder of zoon doorgeven, een pak friet of een club maison bij Alain of Katrien… vergeet het maar. Dus ook de kleine zelfstandige wordt een oor aangenaaid.

Nu kan je zorgeloos je papieren titeltje spenderen zoals je dat zelf wilt. Iedereen aanvaardt je maandelijks extra-legaal voordeel als een briefje van 6 euro. Eens je over een plastieken portemonneetje beschikt met daarop je middagmaalcompensatie zal dat een stuk moeilijker worden. Want welke frietbarak of broodjestoog zal nog je maaltijdproton kunnen, of willen, aannemen? Enkel diegenen die een maandelijkse kost van 50 tot 75 euro willen dokken aan de uitgiftebedrijven of medeplichtige banken. Laat mij duidelijk zijn. Als ik een eettent zou uitbaten, dan komt zo een plastickassa niet in mijn keet. Je riskeert als uitbater immers een maandelijkse vaste kost die je brutomarge op het relationeel verkochte dik overstijgt. 750 euro broodjes per maand met maaltijdcheques waarvoor je 75 euro servicekosten moet betalen… doei, ik doe niet mee!

Ongelofelijk dus hoe dit deeltje ‘Big-Brother’ wordt gestimuleerd door Vincent Van Quickenborne. Ik dacht dat die Kortrijkzaan een liberaal was, maar hij laat zich blind voor de kar van de giganten spannen zonder stil te staan bij de individuele vrijheden van de ontvanger van de maaltijdcheques. Laten we echter hopen dat je als werknémer kan kiezen tussen plastic en papier. Dan kunnen jullie allemaal volmondig ‘neen’ zeggen tegen je werkgever, en gewoon papieren maaltijdtitels blijven eisen. Die kan je tenminste uitgeven waar je dat wenst.

En laat ons hopen dat het ganse systeem van nepgeld, wat maaltijd- en ecocheques per definitie zijn, snel mag verdwijnen. Dat kan alleen door de lasten op arbeid drastisch te verlagen. Dan zijn dergelijke ondingen niet langer nodig.


De horeca aan de schandpaal?

juli 8, 2009

In De Morgen vandaag : Helft horecazaken krijgt een buis. Vlam! Bon, de waarheid mag gezegd worden, daar niet van. Als meer dan de helft van de eettenten een opmerking krijgt over de normen, dan heeft de media het recht, zelfs de plicht, dat te schrijven. Het is een algemeenheid, de wet van de vaststelling. Een verslag van het federaal agentschap voor de veiligheid van de voedselketen is nu eenmaal een verslag, en ik vertrouw erop dat de opstellers ervan niet liegen. De wetgever heeft het FAVV de taak gegeven door controle te zorgen voor meer veiligheid en minder vuiligheid in de voedselketen. Goed dat er toezicht is. Goed voor de consument, maar ook goed voor bonafide chef die een kwaliteitsproduct bij mekaar pruttelt. Dat het FAVV een systeem heeft opgezet van zelfcontrole - waarbij een gecontroleerde zelfcontrolerende inrichting een groene en lachende smiley op de voordeur gekleefd krijgt - verdient goedkeurend geknik.

Maar Gil Houins, gedelegeerd bestuurder van het FAVV, overschrijdt een gevaarlijke gedachtengrens. Hij mag voorstellen om horecabedrijven die niet aan alle regeltjes voldoen een rode, norse smiley te geven, of als alternatief de afgekeurde zaken op het internet te publiceren. Maar het is niet omdat hij zijn mening mag zeggen dat de horecasector dit hoeft te slikken. Een autocollante of digitale schandpaal is wel wat humaner dan het middeleeuwse brandmerk, het is echter even barbaars. Een dergelijke publieke terechtwijzing ontneemt een horecaondernemer immers alle kansen om de situatie recht te zetten. Want eens de rode sticker of de zwarte internetlijst ervoor heeft gezorgd dat er geen klanten meer over de vloer komen, is er ook geen geld meer om de nodige en meestal dure investeringen in een betere keukenhygiëne te volbrengen. 

Meneer Houins is een gevaarlijk man voor de horeca…


Hang eens een affiche aan uw raam!

juli 5, 2009

De horeca verdient beter te verdienen! Dus afprinten dit PDF’ken, en aan uw raam hangen! En niet wachten tot alle horecabedrijven op de fles gaan.

De pas gepubliceerde studie van Graydon geeft een goed beeld van hoe slecht het er bij de professionele togen en fornuizen aan toe gaat in de eerste jaarhelft van 2009.


BTW-besluit… eloosheid

juni 25, 2009

Ijdele hoop voor de horeca-ondernemers. Vlak voor het hoogseizoen heeft de regering beslist niets te beslissen. Behalve dan het wereldkundig maken van een beslissing die al genomen was. Een werkgroep moet zich buigen over een eventuele verlaging van het BTW-tarief voor de horecasector. Je weet wel, die citroenschil met uitpulkende vezels.

Van Rompuy, Reynders en kornuiten willen echter nog de laatste druppeltjes sap uit de citrusvruchtvliezen persen. Met de terras- en toeristenomzetten, die voor veel bedrijven in de sector uitmaken of er al dan niet winst is over het ganse jaar, vlak voor de deur is het nochtans cruciaal voor de uitbaters om extra personeel te kunnen inzetten. Of hoe een ministeriële ‘werk’groep de ‘werk’gelegenheid voor duizenden seizoenskrachten op het spel zet. Wie is nu nog verwonderd dat het hoogste aantal ‘zwarte’ studenten- en andere jobs net terug te vinden is in de wereld van herbergen en taveernes?

Ik stel voor dat we twee broodnodige maatregelen budgettair compensatoir invoeren. Schaf de wachtuitkering af en verlaag de BTW voor de horecasector. De 750 miljoen die nu cadeau gedaan wordt aan snotapen die nog geen dag hebben bijgedragen aan de sociale zekerheid vullen perfect het gat van de minderontvangsten van de BTW-ontvangkantoren die de horeca taxeren. Wedden dat die schoolverlaters zullen komen smeken naar een job als afwasser of limonadier? Anders kunnen ze hun belkrediet niet meer opladen, laat staan het nieuwste Wii-spelleke te kopen…

Doen Herman en Didier, doen!


Voedselveiligheid is er voor alle burgers.

juni 22, 2009

Het businessplan van het FAVV (Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen) blijkt interessante lectuur te zijn. Het leert ons hoe goed ze zijn op het Ministerie van Volksgezondheid in het maken van andermans rekening. Want naast de workload die nodig is voor de controle, houden ze daar ook rekening met de toegevoegde waarde en het bruto exploitatiesaldo van de diverse sectoren om de hoogte van de heffingen te berekenen. Je zou kunnen stellen dat men daar het principe “de sterkste schouders dragen de zwaarste lasten” tracht na te streven. Maar schijn bedriegt.

Er wordt immers gerekend met gemiddelden van een ganse sector om de bedrijven die er deel van uit maken te taxeren. Inderdaad, taxeren, want deze heffingen zijn pure belastingen, forfaitaire belastingen bovendien die, zoals ik al zei, berekend worden op de gemiddelde winstgevendheidvan een sector. Dus wie een jaar of langer geen winst maakt is eraan voor de moeite, want toch zullen deze zwakke schouders mee de last dragen. Willen of niet, kunnen of niet, betalen zal je. Het FAVV maakt dan ook de belofte op pagina 69 van haar businessplan : “Het Agentschap waakt er verder over dat wat verschuldigd is, met inbegrip van de vorderingen uit het verleden, met alle wettelijke middelen wordt gerecupereerd.” 

Ik kan nog een tijdje doorgaan in de kromme redenering die schuilt achter de wijze waarop het FAVV aan zijn centen komt, maar ik bied liever onmiddellijk een meer correcte vorm aan van financiering ten behoeve van een onontbeerlijk Agentschap. De enige eerlijke en rechtlijnige financieringswijze voor het Agentschap bestaat er namelijk uit om de volledige kost te fiscaliseren. Geen heffingen meer voor de diverse sectoren in de voedselketen. Dan pas dragen de sterkste schouders de zwaarste lasten, waarbij de zwakke schouders worden ontzien.

Veilig voedsel komt immers ten goede aan alle inwoners, en toeristen, van dit land. Het is dan ook niet meer dan logisch dat het toezicht op de hygiëneregels wordt gefinancierd uit de pot van de algemene middelen, de inkomstenbelastingen en/of de BTW. Vanzelfsprekend mag het Agentschap retributies blijven factureren. Want in tegenstelling tot een heffing (steeds verschuldigd) is een retributie een vorm van verhaalbelasting, waarbij men enkel betaalt als men om een welbepaalde dienst heeft gevraagd. Je zou bijvoorbeeld zelf kunnen verzoeken dat een deskundige van het FAVV een dag cursus HACCP komt geven aan je personeel. In dat geval betaalt de verzoeker de kostprijs voor die dienstverlening. Echter wel op de voorwaarde dat je als verzoeker ook nog ergens anders terecht mag, bij Syntra bv., of bij een andere erkende opleidingsinstelling met Qfor-label. Je zou ook een voorafgaandelijke inspectie van je keukeninstallatie kunnen vragen, en ook dan mag je een prestatienota verwachten van het Agentschap wat mij betreft. Ik heb er ook geen probleem mee dat men een factuur uitschrijft voor de diergeneeskundige inspectie en labotesten voor certificatie voor invoervoedsel. Maar jaarlijks een forfaitair bedrag moeten betalen voor een prestatie die voornamelijk ten dienste staat van anderen is de wereld op zijn kop.

Maar ja, de deurwaarders moeten ook leven zeker? En die hebben nog een vette kluif aan bijna 20 miljoen achterstallige bijdragen bij het FAVV. Als dat geld uiteindelijk gerecupereerd raakt zal het aan de wanbetalers snel 50 miljoen gekost hebben. Je kan maar beter niet failliet gaan als horeca-ondernemer, beenhouwer, bakker of ga zo maar door… ook niet in tijden van economische malaise.

Als het van mij afhangt is het morgen gedaan met die heffingen. Het zou niet alleen een pak administratie minder zijn in de burelen van het FAVV, ook bij de ontvangers van het heffingsbiljet zou er administratieve drukdaling opgemeten worden. Geen discussies meer over de aangifte en de hoogte van de heffing. Ook geen herinneringen meer, aangetekende ingebrekestellingen, geen nutteloze papierverspilling, discussies tot in de rechtzaal… In plaats daarvan zou iedereen meebetalen aan de kostprijs van het veilige voedsel waarvan we àllemaal vinden dat het een noodzaak is.


Laat de horeca-ondernemer en zijn consument zelf beslissen.

juni 20, 2009

De restaurantsector smeekt terecht om een verlaging van de BTW van 21 procent naar 6 procent. En nu de Europese Commissie daarvoor het licht op groen heeft gezet moet onze regering snel handelen, want ieder dag telt voor een sector die geteisterd wordt met het hoogst aantal falingen.

Dat uitgerekend een liberaal Minister van Ondernemen, Vincent Van Quickenborne, de horecasector in de tang houdt met een bijkomende verplichting tot prijsverlaging is onbegrijpelijk, want het staat haaks op de individuele vrijheden en verantwoordelijkheden waarop het echt liberalisme is geschoeid. Bovendien schiet met deze verplichte prijsdaling de verlaging van de BTW op café- en restaurantbezoek haar doel voorbij. Het quasi integraal laten wegvloeien van de BTW-verlaging naar de consument zorgt immers niet voor de broodnodige verhoging van de marge voor de horecabedrijven. De leefbaarheid van de sector zal er dus geenszins mee verbeteren.

Echte liberalen laten de ondernemers zelf beslissen hoe ze de BTW-verlaging inzetten. Ongetwijfeld zullen er bedrijven zijn die hun consumentenprijs naar beneden zullen halen. Anderen zullen misschien geneigd zijn hun prijzen te handhaven maar de margeverruiming zullen inzetten om, dankzij meer personeel, betere kwaliteit en service te bieden aan hun clientèle. Of misschien zal er geïnvesteerd worden in de verfraaiing van het interieur. Hoe dan ook komt de maatregel telkens ten goede aan de consument, waarbij de consument zelf de keuze heeft tussen een lagere prijs, een snellere bediening of een aangenamere omgeving om van de koffie te slurpen. Laat dus de keuze aan de consument én de ondernemer. Maar doe het onmiddellijk. Met een beetje goede wil van de regering kunnen duizenden jobs worden gevrijwaard, zelfs bijgecreëerd.

We moeten dringend werk maken van een productgerelateerde BTW-heffing i.p.v. een actorgerelateerde. Ongeacht waar of hoe voedingsmiddelen worden aan de man gebracht, horen zij te worden getaxeerd op het lage BTW-tarief van 6 procent. Er is derhalve ook geen enkele reden om een fles wijn of pint bier, die in de supermarkt belast worden met 21 procent BTW, lager te taxeren in de horecasector. Voor LDD moeten onmiddellijk alle producten aangeboden door de horecasector worden belast aan 6 procent, behoudens de dranken waarvan het alcoholpercentage hoger ligt dan 0,5 procent. Bijkomende voorwaarden opgelegd door pseudo-liberaal Quickie werken contraproductief.

Een bijkomend voordeel van deze rechtlijnige behandeling op basis van het product dat wordt verkocht is, dat er ook een pak discussies tussen uitbater de BTW-administratie worden vermeden. Geen absurde 16-stoelen-regeling meer voor de frituristen en uitbaters van snack-bars, geen gesjoemel meer met een “take-away”-knop op de kasregisters van de restaurants.

Nederland bewijst reeds sedert begin jaren ’70 dat het werkt. Daar wordt je nota gesplitst, 6 procent voor de kogelbiefstuk, 19 procent voor het glaasje bordeaux, 6 procent voor het vanilleijsje en de koffie, 19 procent voor de Oude Bols. Misschien schuilt in deze nuchtere Nederlandse benadering ook de verklaring waarom het vroegere culinair Barbarië de Bourgondische zuiderbuur jaar na jaar bijbeent als het op Michelinsterren aankomt? Een toprestaurant is daar tenminste leefbaar dankzij de lagere BTW op de geserveerde gerechten, enkel de alcohol wordt er als luxe beschouwd. Terecht.


Follow

Get every new post delivered to your Inbox.