Een stem uitbrengen is een beslissing nemen. Voor je beslist is het beter om goed en vooral correct geïnformeerd te zijn. Ik suggereer een aantal cruciale vragen die jullie beter beantwoord zien vóór jullie elk voor zichzelf de knoop doorhakken. Ik geef er meteen mijn eigen rechtlijnige en oprechte antwoorden bij.
1. Is Chris Dobbelaere een nestbevuiler?
Ik zie ook de stront in ons nest liggen, maar heb hem niet gescheten. Ik sta wel klaar om hem op te kuisen, daarvoor vraag ik nu de toestemming aan de leden.
2. Wil Chris Dobbelaere de partij kapot?
Neen, integendeel. Ons programma getuigt van het gezond verstand waarop wij ons zo graag en terecht beroepen. De rechtlijnige liberale ideologie vind je nergens zo goed terug als in de schoot van onze partij. Ik trek enkel aan de noodrem van een trein die richting afgrond dendert. Ik wil de leden, zeker de militante leden, en de Vlaamse kiezers de partij geven die hun aanvankelijk werd beloofd. Deze zou democratisch, eerlijk en rechtlijnig zijn.
3. Mag een partijvoorzitter een jaarloon krijgen van 55.000 euro?
Ja, het mag zelfs meer zijn. Maar de leden hebben het recht om dit te weten, wat niet het geval was. Ik denk dat het loon van de voorzitter van onze partij even hoog mag zijn als dit van een fractieleider in het parlement. Maar dan moet de voorzitter ook zijn taak als voorzitter ten volle uitoefenen. Ik vind dit oncombineerbaar met het bekleden van een wetgevend mandaat. (Ik vind trouwens geen enkel politiek mandaat combineerbaar met een ander politiek mandaat.) Jean-Marie delegeert de uitvoering van het voorzitterschap aan de eerste ondervoorzitter die ook betaald moet worden. Het voorzitterschap wordt dus twee keer vergoed.
4. Had dit debat niet beter intern gevoerd geweest?
Ja, maar de kans was er niet. Het was blijkbaar ook niet de bedoeling dat die kans er zou komen voor de bestuursverkiezing. Wat werd voorgesteld als een nationaal voorzittersdebat ‘enkel toegankelijk voor leden’ waarbij iedereen dacht, zeker ikzelf, voluit te kunnen gaan in de beslotenheid van een ledenvergadering werd plots een mediamoment. Een anekdote van die avond die kan tellen : Toen een lid aan de ingang zijn lidkaart niet onmiddelijk kon opdiepen werd hij opgehouden. Maar na de vraag of zijn perskaart ook goed was en deze bovenhaalde, was er plots geen enkel probleem meer. Had ik woensdag het thema aangesneden, het resultaat in de pers was net hetzelfde geweest…
5. Verdient Jean-Marie Dedecker niet wat meer respect?
Het respect dat iemand verdient is rechtevenredig aan de mate waarin hij een ander met respect bejegent. Of uitlatingen zoals : “Ik moet hier alles zelf doen!”, “Leden zijn boskabouters!”, “Vlamingen zijn een laf volkje van sjoemelaars en lamme goedzakken”, “De rode duivels zijn strandjanetten!”, “Een IQ omgekeerd evenredig aan de kledingmaat.”… getuigen van respect, laat ik aan uw eigen oordeel over.
Ongetwijfeld verdient Jean-Marie Dedecker respect voor wat hij heeft verwezenlijkt, evenzeer als de massa anderen die hebben meegeholpen bij de verwezenlijking van dit project. Alleen stond Jean-Marie nergens, al de anderen evenmin. Hij mag dan al de bezieler en stichter zijn, de partij is niet zijn exclusieve eigendom, de partij is van àlle leden.
6. Is Jean-Marie Dedecker een ‘leider’?
Neen, het is een misleider. Wie zich beroept op de slogan “Ik doe wat ik zeg!’, moet dat hard maken. Willen de kandidaten die nooit de lijstplaats hebben gekregen die hen door Jean-Marie in hoogst eigen persoon werd beloofd daar nu even voor uit komen? En ook de kandidaten die op zijn minst een bepaalde plaats werden voorgespiegeld? De lokale afdelingsbesturen die vruchteloos hebben zitten wachten op zijn vooraf toegezegde en geafficheerde aanwezigheid op een activiteit?
7. Kan LDD overleven zonder Jean-Marie Dedecker?
Niemand is onmisbaar, niemand. De vraag is eerder hoe lang LDD nog zal overleven mét Jean-Marie Dedecker aan het roer. De leden haken massaal af, nog even en er zijn meer ex-leden dan leden. Tienduizenden kiezers mijden de partij net omwille van Jean-Marie Dedecker, terwijl ze het programma van de partij echt vinden getuigen van gezond verstand.
8. Liegt Jean-Marie Dedecker?
Ja, als de pest. Ik geef daarvan twee zeer recente voorbeelden.
“Dobbelaere werkte 2 jaar bij ons in de boekhouding…” Jean-Marie weet heel goed dat ik nooit in of aan de boekhouding van de partij heb gewerkt, omdat de boekhouding van de partij deels wordt gevoerd in Ledegem bij en door de nationale penningmeester Paul Vanhie, en deels op het boekhoudkantoor van Luc Dedecker. Ik werkte als parlementair medewerker deels in Brussel op de federale fractie, deels op het nationaal partijsecretariaat in Gent. Mijn “werk voor de boekhouding” heeft zich beperkt tot het af en toe openen van een factuur die abusievelijk toekwam in Gent op het nationaal secretariaat, deze in te scannen om ze rechtstreeks door te mailen naar Paul Vanhie.
”… ik heb hem daar (over de extra 55.000 euro voor de voorzitter) nooit iets over horen zeggen.” Ik kon daar niks over zeggen, omdat ik, zoals 99,5 procent van de partijleden, het doodeenvoudig niet kon weten. Op het ogenblik dat ik het wel wist heb ik daar intern een aantal personen over aangesproken, waaronder de fractiesecretaris en rechterhand van JM, die me uitdrukkelijk heeft gevraagd om dit niet te gebruiken tijdens de campagne van de voorzittersverkiezingen.
“Natuurlijk is dit algemeen bekend.” (over de 55.000 euro voor de voorzitter) De leden die dit wisten voor ik het bekend maakte mogen nu hun hand opsteken! Zelfs een aantal parlementsleden vielen van hun stoel.
9. Valt dit te rijmen met efficiënt beheer van de partijmiddelen?
Neen. In andere partijen dragen parlementairen een deel van hun mandaatsvergoeding af aan de partij, omdat ze nu eenmaal hun mandaat mede te danken hebben aan die partijwerking. Bij ons is dit niet het geval. Geen enkele mandataris zou immers bereid zijn om een deel van de wedde af te staan om de bonus van de voorzitter te kunnen betalen.
Ondertussen blijven de lokale afdelingen op hun honger zitten wat betreft financiële en logistieke middelen en hun vraag naar kadervorming. In het jaar 2008 werd welgeteld 2.013 euro uitgegeven aan kadervorming volgens het publieke jaarverslag van de partij.
10. Geloof ik nog in onze partij?
Absoluut, toch in de ideologie en het programma. Een partijideologie is nooit toewijsbaar aan één persoon, het is een convergentie van het wenselijk maatschappijbeeld van duizenden personen. Dus zoiets als ‘de ideologie van Jean-Marie Dedecker’ bestaat niet, hoogstens ‘de ideologie die Jean-Marie aanhangt’. Het programma werd geschreven en ook goedgekeurd door de leden. Ik geloof in de kracht van onze militanten en in het eigen potentieel binnen de partij. We moeten dit koesteren.
Dat kan als jullie nu allemaal duidelijk kiezen voor verandering!